De echte Javaanse sambal van gemalen pinda en andere kruiden.
Schil de tamarinde en week deze in een schaal met ongeveer 200ml kokend water. Voeg geleidelijk aan de suiker toe en maak een dikke stroop. Schil de knoflook. Verhit voldoende olie in een pan of wok. Bak de hele teentjes knoflook en hele pepers lichtbruin en maal die fijn. Voeg dit toe aan de siroop zodat een pepere suikermassa ontstaat. Bak de pinda in dezelfde olie (de pinda zwemt in de olie). Maal deze daarna bijna fijn. Er moeten nog groffe stukjes pinda in zijn, dus niet zo fijn als pindakaas malen. Voeg de suikermassa en gemalen pinda samen en druk of stamp ze door elkaar. Tijdens het stampen ook de kentjoer geleidelijk aan toevoegen. Doorgaan totdat alles goed vermengd is.
Voor het serveren de pindasambal oplossen in kokend water.
De tamarinde is te vervangen door het sap van 2 limoenen.
De hoeveelheid suiker is afhankelijk van de 'hitte' van de pepers.
Hoe langer men de sambal stampt, hoe droger en vaster die wordt.
Extra Tips